Toen de centrale nog op de Boulevard de Ruyter was, is jaren geleden een zeeloods binnengekomen, helemaal nat, om te vragen waar zijn schip was.

Toen ik nog ll. loods was, vertelde mijn vader zaliger (hij was ook loods) volgende anecdote.

Kort na WOII kwamen oa veel Amerikaanse schepen met allerlei goederen naar Antwerpen ivm de wederopbouw van West Europa, dit in het kader van het Marshallplan. Op een dag was er een USA schip in afvaart, van Vlissingen rede naar de Noordpost.

Apropos, waarom wordt een afvarend vaartuig meestal een "uitvarend" vaartuig genoemd? "Uitvaart" betekent toch "begrafenis", of heb ik dat verkeerd voor? Maar dit ter zijde.

Een loods kreeg tijdens een strenge winter een lange onderbroek van zijn echtgenote. Hij was daar geen fan van en was het ook niet gewoon. Toch kon ze hem eens overtuigen het ding aan te doen.

Het gaat hier niet over de splitsing vloot - loodswezen, maar over de loodsboten.

De toestand in 1953. De vloot bevatte 6 schepen, gewoon van 1 tot 5 en de zesde was LB7. Bootje 1 en 2 waren tenders loodsboten 3,4 en 5 vrij nieuwe kotters. LB 7 was een vooroorlogse kotter die, uitgeleend aan Duinkerke, bij terugkomst ingezet werd als tender.

Bootjes 1 en 2

Als gelegenheids stuurman op de tender, na een periode van gestaakte dienst moest ik een" convooi " voor-loodsen naar Vlissingen. Ongeveer 7 schepen, waaronder stoomschepen en enkele kusters. Snelheid 7 knopen.

Na een fikse regenbui werd het zicht weer beter. De kapitein van de Corale dacht: "Het gaat mij te traag  en Vlissingen is al in zicht, ik ga er alleen vandoor." Hij liep het convooi voorbij en vroeg een loods voor Gent.  Zoals immer, na gestaakte dienst, waren er te weinig loodsen beschikbaar,

Op een dag in de jaren 70 werd ik geroepen voor een duikboot, de" Billfish",  onder Amerikaanse vlag.  Een klein zeetje, zo'n kracht 4 bf, en wij met de jol daar heen.  Het schip was voor Zeebrugge.

Toen ik chefloods werd, kwam op een dag de dienstchef met een vel papier.
Morgen om 10.00u is het Brandrol en de nodige blablabla.
Dus ik om 10.00u de alarm-bel "Brand in de werkplaats van de walmachinist."  
Ik moest een briefing geven en instructies etc.
Mijn  eerste vraag aan het redepersoneel: 

"Wat gaan jullie als eerste doen ?"
" Ah, Mr Cloet we goan eerst uzen auto verzetten he, dat ie nie verbrandt."

Ik geloof dat ik geen vragen meer gesteld heb .

In Antwerpen leefde voor vijftig jaren een venijnig ventje, vol frustraties. Hoewel klein van gestalte, toch was zijn bekendheid zeer groot in de haven, dit onder zijn bijnaam „Patatje“.

Tijdens mijn studiejaren op de zeevaartschool in Antwerpen, heb ik hem dikwijls zien staan, al of niet in aktie.Ik heb eigenlijk nooit met hem gesproken – misschien best zo – want hij was een ambetant baasje.