Bretellen

Auteur: 

Louis Cloet

In de jaren 1955 voeren er nog meerdere “Liberty” schepen en “Empire” modellen rond. Op het einde van hun leven werden die schepen vol geladen met “scap-Iron” met bestemming Het Verre Oosten. Daar verdween het schip en de lading in de oven om nieuw staal van te maken.

Dus, aan de Wandelaar Pilots kwamen er regelmatig van deze lege schepen met bestemming Antwerpen. Toen hadden ze nog ladders die 10 m lang waren en die lege schuit rolde als een vat. Bij elke slingering kon je enkele treden klimmen en moest je wachten tot het schip weer naar de loef rolde om dan opnieuw enkele stappen naar boven te klimmen.

De loods die de beurt had was een oude rot in het vak, geboren in 1898 en in dienst op 1927.

De loods had enkele meters geklommen toen zijn bretellen los schoten en gezien zijn lichaamsbouw zakte zijn broek tot op zijn schoenen. Hij kon nog weg noch weer en stond halverwege de ladder in zijn “Long-Johns”, dus zijn onderbroek. Maar gezien de loodsboot telkens in de lij komt om zijn jol op te pikken, zag de schipper het hele schouwspel gebeuren. Er waren nog geen VHF of ander middelen om contact te hebben met de brug van een schip, hiervoor gebruikte men destijds de “Loud-haler” . De loodsboot  riep de kapitein  van het schip op om alle matrozen aan dek te roepen en de ladder plus de loods weer met de hand op te eisen. Uiteindelijk stond de loods aan dek, in zijn onderbroek. Het hele proces heeft wel een poos geduurd, maar uiteindelijk is het gelukt en later kon de loods, die goed lachs was, er ook mee lachen.

Ik was toen zelf nog jonge loods en dacht er het mijne van, dus nooit bretellen dragen en goed op mijn gewicht passen dat ik met een ceintuur mijn broek kon ophouden zonder bretellen.

 

Louis Cloet

Archief Klassificatie: 

Archief Categorie: